mythes

ALGEMEEN: VROUWEN & TRIATHLON MYTHES

Iets meer dan 40 jaar geleden was de mensheid er nog van overtuigd dat vrouwen hun baarmoeder zouden verliezen tijdens het springen en hardlopen. Bijzondere overtuiging toch wel. Gelukkig is er in die afgelopen 40 jaar een hoop veranderd en is dat beeld verdreven (goddank). Toch is het wel zo dat er nog steeds een hoop mythes bestaan over vrouwen en lichaamsbeweging, met name in combinatie met triathlon. Nou dames, wij gaan jullie eens even een handje helpen en deze mythes van de vrouwelijke triathleet wegnemen!

Mythe #1: Alle vrouwen moeten een specifieke triathlon fiets kopen.
Het is een ‘dirty little secret’ van jouw plaatselijke fietsboer: als het op triathlonfietsen aankomt dan is het grootste verschil tussen de vrouwen- en mannenfiets de kleur. In tegenstelling tot de gewone racefiets, die wel degelijk verschil in geometrie heeft, kennen triathlonfietsen nagenoeg dezelfde frameopzet bij zowel mannen als vrouwen. Met een ander kleurtje en opzetstuurtape ziet het er dan ogenschijnlijk al snel anders uit. Wel moet daarbij aangetekend worden dat het geen one-size fit all principe kent: over het algemeen heeft een vrouw bredere botten in het zitvlak, minder brede schouders en korte benen in vergelijking men mannen. Een beetje degelijke fietsretailer kan met diverse modificaties en eenvoudige tweaks een mannenfiets omzetten naar een vrouwenfiets: een kleinere crankset, andere (smalle) positie van het opzetstuur en een vrouwvriendelijker zadel zijn allemaal eenvoudig mogelijk. Dus mocht die ene mooie vrouwenfiets veel duurder zijn dan die herenfiets die je eigenlijk net zo goed bij je fietsschoenen staat? Vraag de fietscustomizer gewoon om wat kleine aanpassingen.

Mythe #2: Mannen en vrouwen kunnen hetzelfde voedingsplan gebruiken.
De meeste sportvoedingsrichtlijnen houden geen rekening met de verschillen tussen man en vrouw. Sterker nog, alle plannen zijn gebaseerd en getest op mannen omdat vrouwen historisch gezien altijd al ‘moeilijk te bestuderen waren’ door de complexiteit van het lichaam (oa menstruatiecyclus). Toch zijn er een aantal onderzoekers die zich eraan gewaagd hebben, zo ook Dr. Stacy Sims van Osmo Nutrition. Zijn onderzocht onder andere de specifieke overwegingen van nutritiegebruik bij atletische vrouwen.
Er zijn natuurlijk ontzettend veel overeenkomsten tussen de behoeften in inname bij mannen en vrouwen maar er zijn ook veel (zeer veel!) verschillen. Fasten your seatbelt….
Hydratatie hangt bijvoorbeeld af van je hormoonhuishouding en progestoron is zo’n hormoon die daar invloed op heeft. Nu gaan wij je een natuurkundig verhaal besparen maar waar het op neer komt is dat dit hormoon vaak in lijn staan met je natrium balans. Bij mannen is dit hormoon bijvoorbeeld minder aanwezig dan bij vrouwen en omdat het niveau van aanwezigheid lager is heeft het minder invloed bij de mannen. Bij vrouwen daarentegen is het veel sterker aanwezig en door de ‘maandelijkse periode’ wordt dit hormoon sterker wat weer sneller dehydratatie kan veroorzaken.

Hoe dan ook: het is tijd dat ook vrouwen een specifiek sportvoedingsplan gaan krijgen.

Mythe #3: Vrouwen zijn niet gemaakt voor duursport.
Sorry mannen, maar als het er écht op aankomt zijn juíst vrouwen gemaakt voor duursport. Verschillende studies en onderzoeken hebben aangetoond dat vrouwen veel beter kunnen omgaan met bijvoorbeeld races is zeer warme omstandigheden. Door een smaller lichaam kunnen ze de hitte beter verteren. Daarbij kunnen vrouwen het opgeslagen vet beter en sneller omzetten naar een brandstof dan mannen. En dan hebben we het nog niet eens over de hormoonhuishouding gehad want ook die werken eigenlijk in het voordeel van de vrouwen: oestrogeen bijvoorbeeld. Dit is in grotere mate aanwezig bij de vrouwen en uitgerekend oestrogeen beschermt tegen spierschade na inspanning, wat op zijn beurt dus ook weer zorgt voor een sneller herstel. En om alles nog eens cijfermatig te onderbouwen: in de 2016 editie van de Ironman Hawaii kregen 16 van de 53 mannelijke PRO’s (30,1%) een DNF achter hun naam. Bij de vrouwen haalden slechts 4 van de 35 PRO’s (11,1%) de finish niet. Trekken we het lijntje door naar ee nandere vorm van ultrasport, ultrarunning, dan zien je dat traditioneel de vrouwen veel betere finishpercentages hebben dan de mannen.

Conclusie: ook al denken mannen beter te zijn, het wetenschappelijke voordeel ligt toch echt bij de vrouwen.

Mythe #4: Women-only wedstrijden zijn ‘roze’ en afgezwakte versies van de échte races.
De laatste jaren is triathlon in een stroomversnelling geraakt wat weer heeft geresulteerd in veel nieuwe races en ontwikkelingen waaronder ook de opmars van women-only races. Veel van deze evenementen lijken een soort van ‘lite’ versie te zijn van de ‘echte’ traithlonraces en vaak zijn ze op hetzelfde parcours of in dezelfde periode als het grote evenement (bv Ironman/Challenge).
Maar waarom hebben we eigenlijk van deze ‘vrouwvriendelijke wedstrijden? De angst-factor schijnt hier de grootste rol in te hebben. Omdat vrouwen nog steeds in de minderheid zijn in deze sport, vaak maximaal 20% van een totaal deelnemersveld, voelen vrouwen zich sneller geïntimideerd door de grote aantallen mannen om hen heen (het betreft hier natuurlijk niet álle vrouwen). Met name bij het zwemmen ervaren veel vrouwen dit niet als prettig om zichzelf in dezelfde plas water te storten als al die mannen met hun adrenaline en testosteron. Eigenlijk zijn dit soort races dus een opstapje naar de ‘grote’ evenementen. Veel vrouwen zien hierbij de gelegenheid om zich bekend te maken met de sport, hardheid op te doen en om een dergelijke dag als ‘gezellig’ te beschouwen met andere vrouwen/vriendinnen/zussen etc.

Mythe #5: Het vrouwelijk lichaam is vatbaarder voor blessuren en er is niets wat zee r aan kunnen doen.
Het eerste deel van deze mythe klopt want vrouwen ervaren tot ruim 6x vaker sportblessures dan de mannelijke equivalent. Kleinere en zwakkere spieren hebben hier debet aan. Het bekken van de vrouw is breder dan dat van de man en het dijbeen staan meer naar binnen, van de heup naar de knie, wat de vrouwelijke knie instabieler maakt en wat dus het risico vergroot op bijvoorbeeld knieblessures. Er is niet veel aan deze anatomie te doen maar het is dan ook weer niet zo dat de vrouw hier niets aan kan doen om het risico zo veel mogelijk te beperken. Tip: een goed krachttrainingsregime i.c.m. plyometrische oefeningen kunnen bijdragen aan een blessurevrij vrouwelijk sportlichaam.

Bron: Firstoffthebike.com