UA-58390013-1

TRAINING: INDOOR vs OPEN WATER

Het water begint nu akelig koud te worden buiten en de meeste mensen kiezen nu daarom ook voor een zwemsessie in een 25 of 50 meter bad. Lekker warm en je kan eruit stappen wanneer je wilt. Tenzij je aan het trainen bent voor een swimrun of de Isklar Norseman. Dan blijf je gewoon over het eerste ijslaagje heenglijden. Maar het binnen zwemmen kent ook zo zijn gevaren, want als jij geen single-sporter bent (misschien wel vrijgezel maar dat bedoelen we niet) waarom zou je er dan wel zo naar gaan trainen.

Michael Phelps, Ryan Lochte, Femke Heemskerk, Ranomi Kromowidjojo en Sebastiaan Verschuren zijn een selectie van namen die van vingertop tot teennagel technisch geanalyseerd worden. Helden in hun sport met de meest snelle zwemtijden. Daar zijn wij triathleten natuurlijk ook jaloers op. Maar waarom zwemmen zij zo snel en in hoeverre kunnen trainers die zwemtechniek opknippen en dit als trainingsmethodieken gebruiken bij beginnende of licht ervaren zwemmers? Daarom is de prangende vraag ook: zouden triathleten deze trainingstechnieken moeten gebruiken om sneller te zwemmen in een zwembad (waar een triathlon zich doorgaans afspeelt) of vraagt het open water toch een totaal andere techniek om mee te trainen en kunnen we wellicht niets leren van al deze gouden medaille winnaars in het binnenbad?

Laten we eens kijken naar de verschillen…

Omgeving.

Het zwembad is een gecontroleerde omgeving terwijl het open water kan variëren van een rustig meer tot een wilde oceaan. Pure zwemmers ontwikkelen een onveranderde slag in het water om zo efficiënt mogelijk door het water te glijden. En zo snel mogelijk natuurlijk.

Triathleten daarentegen moeten in staat zijn om hun techniek direct aan te passen aan de water condities en het weer. Iedere race opnieuw, of zelfs midden IN de race. Daarbij, in een binnenbad hebben de zwemmers een baan voor zichzelf, buiten kunnen we toch spreken over een wasmachine.

Bilaterale ademhaling.

Als jij een wedstrijd terugkijkt van bijvoorbeeld de olympische spelen dat zie je al die toppers vaak maar 1 kant op ademen gedurende de hele race. Dat is opmerkelijk te noemen daar de overgrote meerderheid van deze zwemmers juist trainen op het ademen aan beide kanten. Ze ontwikkelen een gebalanceerde en perfecte slag tijdens de training maar wanneer het aankomt op een wedstrijd dan stuurt de natuur de zwemmer naar de dominante kant voor meer zuurstof tijdens het ademen.

Er zijn talloze redenen op te noemen waarom triathleten dit niet doen tijdens een wedstrijd: de golfslag van het water buiten, de hectiek van andere triathleten, de zwemrichting en de plaats van de boeien, de stand van de zon etc etc. Dit dwingt de triathleet om beide kanten op te ademen. Het is namelijk tegen natuurlijk om iedere slag vol de zon in te kijken.

Laag ademen.

In rustig binnenwater kunnen zwemmers heel dicht bij het wateroppervlak ademen. Trainers noemen dit: “one goggle in, one goggle out” ademen. Super efficiënte techniek maar helaas niet altijd mogelijk in het open water. Waarom niet? Probeer het maar eens in de zee ;). Je zult eindigen met je longen vol water op het strand. Triathleten ademen daarom ook vaak door hun gezicht iets meer te kantelen richting de oksel.

Trappen.

Waar een binnenzwemmer de benen helemaal de verzuring in kan trappelen moet een triathleet toch wat meer rekening houden met de sportonderdelen die nog gaan volgen. Het ritme verschilt dus enorm van beide type sporters. De kick draagt bij aan onder andere de voorwaartse stuwing, en omdat binnenzwemmers vaak zwemmen om tienden van seconden is een extra trapje meer essentieel. De frequentie bij een binnenzwemmer ligt dus ook hoger. Een triathleet daarentegen gebruikt vaak een two-beat-kick. Voldoende om bij te dragen aan de rotatie en om meer vermogen te leveren in de voortstuwing. Daarbij de condities zoals eerder genoemd zijn zo verschillend dat een triathleet nog meer op techniek in het open water moet letter omdat het meer weerstand heeft dan een binnenzwemmer.

 

Bron: Sara McLarty