UA-58390013-1

TRAINING: ZWEMLESSEN.

Blijft de progressie in het zwembad al een tijdje uit? Misschien moet je het dan eens over een andere boeg gaan gooien vanaf nu. Succesvolle zwemmers hebben van jongs af aan onderstaande een aantal ‘zwemlessen’ geleerd. Aan jou om hier iets mee te doen, immers: succes is een keuze.

1. Techniek op de eerste plaats. Altijd.
Een populaire gezegde onder succesvolle zwemcoaches is: Je kunt 100 motoren op een binnenvaartschip zetten, het zal nooit een speedboot worden”. “Dus. Het enige wat je als garantie in het water meekrijgt is dat hoe meer energie je verspilt in het water hoe sneller je moe zal worden. Dus. Zwemmen moet eruit zien als een golf en hiervoor is een juiste techniek vereist. Dus: begin altijd eerst met techniek om daarna de aandacht wat te verschuiven naar snelheid en kracht.  

2. Zoek support.
Ook Pieter van den Hoogenband, Ranomi Kromowidjojo en Jan Frodeno zijn niet zonder support succesvol geworden. Van jongs af aan zijn deze topzwemmers getraind en begeleid door diverse trainers om alsmaar beter te worden. Doe er je voordeel mee om bij een lokale triathlonvereniging of zwemclub aan te sluiten om beter te worden (en omdat het natuurlijk gezelliger en leerzamer is). Met trainen op eigen houtje heeft nooit iemand GOUD gewonnen.

 3. Het zwemband is een 2e thuis.
De échte pro’s liggen tussen de 7 en 11 keer per week in het water, dat is gemiddeld zo’n 36 uur per Vaak in het water liggen resulteert in een beter ‘watergevoel’. Nu schatten wij zo in dat jij als lezer geen 36 uur, voor louter zwemmen, gaat reserveren maar vaak genoeg naar het zwembad gaan helpt dus wel degelijk.

 4. Kwaliteit over kwantiteit.
Je ziet het nog geregeld: zwemtrainers die trainingen geven op louter afstanden in plaats van techniek. Tuurlijk, een vol zwembad is lucratiever dan 3 zwemmers. Maar dat komt de zwemstijl niet ten goede. Gemiddeld vallen 6 op de 10 jonge zwemmertjes  af omdat ze ‘het zwemmen niet meer leuk vinden’ of dat blessures in het spel komen. Het is zinvoller om 10 perfect uitgevoerde baantjes te zwemmen dan 100 baantjes met een waardeloze techniek. Jammer van je tijd ook. Als je tijdens een wedstrijd een lastige zwemstart hebt dan val je terug in je oude patroon. Zorg er dus voor dat je ‘standaard patroon’ perfect is.

 5. Trainen met een doel.
Ieder baantje of slag van jouw zwemtraining moet een doel hebben. Althans, als je beter wilt worden (wat een doel op zich is). Om je een beetje te helpen kun je bijvoorbeeld trainen op rustig zwemmen als warmup of herstel, knetterhard zwemmen voor inhoud of een technisch onderdeel beheersen voor een betere slag. Weet wat je doet, ieder baantje weer. Dat enkele baantje is de eerste trede op de ladder van succes.

 6. Plezier.
Jij gaat geen 36uur per week excelleren als je geen plezier hebt. Dat doe je op je werk toch ook niet? Geniet van je trainingen en ga met een positief gevoel het water in. Dat maakt het die harde zwemtraining in de ochtend immers ook wat aangenamer. Heb je kinderen? Ga gewoon eens vrijzwemmen met hen in plaats van trainen. Ook dat is watergevoel creëren.

 

Bron: Triathlete Europe